Kunstgeschiedenis V – Dageraad van het modernisme (1800-1900)

Hoekstra-KG5In deze cursus staan de beeldende kunst en architectuur van de negentiende eeuw centraal. Vanaf 1800 lijkt de kunstgeschiedenis een aaneenschakeling van stijlen en -ismen waarbij vernieuwing de leidraad is. Hoe is deze opvatting ontstaan en hoe houdbaar is deze definitie van kunstgeschiedenis?
We gaan het na aan de hand van de meesters van de negentiende eeuw. De landschappen van Caspar David Friedrich tonen een eigenzinnige opvatting over natuur en religie. Verschillende ideeën over de natuur zien we terug in het werk van bijvoorbeeld Turner, Gauguin en Cézanne. Voor de impressionisten is de zichtbare werkelijkheid het uitgangspunt. Maar wat is zichtbaar, wat is werkelijkheid? Wetenschappers in de negentiende eeuw onderzoeken fenomenen als waarneming, licht en kleur. Kunstenaars laten zich inspireren door deze ontwikkelingen. De definitie van het schilderij als 'een raam waar je doorheen kan kijken' verandert in 'een plat oppervlak bedekt met kleuren'. Deze ontwikkelingsgeschiedenis is bepalend voor ontwikkelingen in de schilderkunst van de twintigste eeuw (deel VI-VIII).
De andere grote inspiratiebron in de negentiende eeuw is de romantiek, met haar eigentijdse opvattingen over de mens als individu. Deze gedachte zien we later terug in de beeldhouwkunst van Degas, Carpeaux en Rodin.
Tot slot veranderen met de introductie van nieuwe technieken ideeën over architectuur, die in deze eeuw meer biedt dan alleen de zogenaamde neostijlen. In discussies over stijl, materiaal en functie komt de betekenis van een gebouw naar voren. Musea in de negentiende eeuw lijken soms op Griekse tempels, maar het Rijksmuseum in Amsterdam niet. Hoe komt dat? Deze cursus eindigt met de Art Nouveau rond 1900.

Uiteraard gaan we niet voorbij aan de grote maatschappelijke en politieke omwentelingen in de negentiende eeuw die van invloed zijn geweest op de rol van de  kunstenaar of architect. Zij maken zichtbaar dat kunstgeschiedenis meer is dan een verzameling stijlen en -ismen. 

docentDrs. Frans Henk Hoekstra
onderwijsvorm10 hoorcolleges
studiebelastingcirca 6 uur zelfstudie per week, tentamenmogelijkheid
literatuur- geprinte reader (deels Engelse teksten, beschikbaar tijdens het eerste college)
- H. Honour en J. Fleming, Algemene Kunstgeschiedenis, Amsterdam,  Meulenhoff, 14e uitgebreide en herziene editie, 2009 of later verschenen herdrukken. 
dag en tijdmaandag, 10.00-13.00 uur
data29 januari t/m 16 april 2018
geen college op 26 maart en 2 april
cursusprijs€ 299 (incl. reader t.w.v.  € 19)
cursuscodeH504-18vj
overige informatieInformatie over de leergang Kunstgeschiedenis, planning, deelname en voorrang op inschrijving.
Passieve kennis van Engels is wenselijk. 
uiterste aanmelddatum15 januari 
 

 Direct aanmelden